Deze keer duiken we in de wereld van verticale drainage. Maikel Scholten, projectleider bij aannemerscombinatie De Groene Waarden, neemt ons mee en legt uit wat het is, wanneer we het gebruiken en waarom het eigenlijk best een mooi stukje vakwerk is.
Om te beginnen, wat is verticale drainage eigenlijk?
‘Kort gezegd is het een methode die we gebruiken om het inklinken van de grond te versnellen.’
Dat moet je even uitleggen
‘Op sommige delen van de A27 tussen Houten en Hooipolder moet de weg worden verbreed, waarvoor we het huidige maaiveld een stukje moeten ophogen. Dat is niet simpelweg een kwestie van een laag grond neerleggen en direct beginnen met asfalteren. Zodra je namelijk extra massa op de ondergrond plaatst, wordt de bodem samengedrukt. Het water dat zich in die ondergrond bevindt, perst zich door het gewicht omhoog. Dat proces heet consolidatie, of inklinken. Pas wanneer dit water volledig uit de ondergrond is geperst, kunnen we starten met de aanleg van de weg. Doen we dat eerder, dan is de ondergrond nog te instabiel om een duurzame weg op te bouwen.’
Ah, en met verticale drainage loopt het water dus sneller uit de ondergrond? Hoe werkt dat dan?
‘Exact. Zonder verticale drainage kan inklinken jaren duren. Die tijd hebben we vaak niet. Met verticale drainage verkorten we dat met 1 tot 2 jaar. Dat werkt als volgt: we brengen een plat flapje van 10 centimeter breed en een paar millimeter dik in de ondergrond aan. Hoe diep hangt af van de bodemopbouw: soms bevinden de lagen grond waar veel water in zit zich al op 1,5 meter, maar het kan ook tot zo’n 10 meter diep zitten. Op het flapje zitten groeven, die het water naar boven geleiden. Dat gaat sneller dan wanneer het water zelf een weg omhoog moet vinden door lagen grond.’
Aangebrachte verticale drainage. Het ‘flapje’ waardoor het water sneller een weg naar boven kan vinden.
Is er iets wat je moet weten voor je verticale drainage in de grond prikt?
‘Iedere locatie heeft natuurlijk een ander soort ondergrond. Denk aan veen, klei of zand. Op de ene plek moeten we heel diep boren, op andere locaties juist niet. Daarom voeren we voorafgaand onderzoek uit. Naar het soort grond, naar de waterdruk, maar ook naar de aanwezigheid van kabels, leidingen, archeologische stukken of niet gesprongen explosieven. Aan de hand van de onderzoeksresultaten stellen we een plan op. Hoe diep we moeten prikken, hoe vaak we moeten prikken en of verticale drainage überhaupt nodig is.’
Want het is niet altijd nodig om water uit de ondergrond te persen?
‘Een subtiel verschil: het is niet altijd nodig of mogelijk om dat proces te versnellen. Om dat te bepalen voeren we grondonderzoeken uit. De ondergrond wisselt sterk per locatie; zo is de ondergrond bij Nieuwegein heel anders dan aan de andere kant van de Lek. We moeten daarom iedere keer per locatie een weloverwogen afweging maken tussen kwaliteit, tijd en kosten. Het kan ook zijn dat we in plaats van verticale drainage voor een andere methode kiezen om de grond op te hogen. Hierbij kan je denken aan een palenmatras of EPS, een licht ophoogmateriaal.
Het klinkt alsof verticale drainage niet een unieke methode is voor de A27. Klopt dat?
‘De methode zelf is in Nederland niet heel bijzonder, maar het aanbrengen ervan is wél specialistenwerk. Het apparaat dat aan de rupskraan wordt bevestigd, hebben we niet zomaar zelf op het terrein staan. En de bediening en software ervan vereist de nodige expertise. Dat precisiewerk voeren gespecialiseerde vakmensen uit. Overigens is verticale drainage in Nederland relatief eenvoudig. In landen als Singapore moeten ze tot wel 50 meter diep boren. Dan hebben wij het hier een stuk makkelijker!’